‘Grenswacht als onderhandelaar’
aanpak/methode 2005

Trots en fier doorstaat het staal hier weer en wind. Rukkende voorjaarswinden en striemende regen krijgen het niet van zijn plaats. Onaantastbaar voor tijd en verandering weerstaat het de grillen van de seizoenen al zo lang als het zich kan herinneren. Dat is ook wel nodig, als laatste grenspost van het Piushavengebied.

 
De te bewaken grens wordt gemarkeerd door één enkel paaltje. Vanuit het centrum van Tilburg gezien is de Twentestraat de laatste straat van het Piushavengebied. Aan het eind van deze straat staat een paaltje. Eén paaltje maakt het onderscheid tussen een woongebied en een gebied dat zowel wordt gebruikt voor industrie als ruimte biedt aan natuur. Aan de overkant van het kanaal zijn verschillende industriële bedrijven te vinden. Deze kant laat een overgang zien tussen woongebied en weilanden.
De enige functie van de onvermurwbare grenswacht lijkt te bestaan uit het maken van dit onderscheid, het markeren van een overgang. Het amsterdammertje staat te ver van het kanaal verwijderd om te kunnen dienen als bolder. Het staat ietwat verloren op de hoek van de straat, parallel met de hoek van de flat (nummer 1-11). Een duidelijk functie, verbonden aan de stedelijke elementen die samen de Twentestraat vormen, is afwezig.
De grens zelf is contrastrijk te noemen en op het eerste gezicht lijkt het stuk staal er wellicht niet op zijn plaats. Bij een scherpere observatie blijkt de positie van het paaltje niet eens zo vreemd. Het dient als onderhandelaar, het geeft de ruimte aan waar de macht die natuur over cultuur uitoefent, verschuift naar een overheersing van de cultuur over die natuur.
Aan één zijde dringt de natuur zich aan de contrastrijke grens op, aan haar andere zijde dient zich de stad Tilburg aan: de Twentestraat om precies te zijn. Nu is de natuur nooit geheel zonder stedelijke invloeden, ook de cultuur van de stad is niet zonder invloeden uit de natuur. Toch zal ofwel natuur, ofwel cultuur in een gebied overheersen, en op basis van deze overheersing beslissen wij, mensen, of we iets tot de eerste of de tweede categorie rekenen.
Zo groeit rondom het paaltje het gras waar het niet gaan kan en verschaft het zich een weg tussen de betonnen straatstenen door. Ook de stad laat in de natuur haar sporen na: het aangelegde kanaal en de gecultiveerde weilanden die het flankeren, zijn niet los te zien van de industriële gemeente die ze gevormd heeft. Het kanaal vervoert zijn water langs lijnrechte oevers, waaraan zich verschillende industriële bedrijven bevinden. Ook de weilanden volgen rechte lijnen, en worden afgebakend door hekken.
Ondanks wederzijdse invloeden is de overgang tussen cultuur en natuur, tussen wonen en weiland, nogal abrupt. Het onderscheid tussen de Twentestraat en de weilanden is eigenlijk alleen terug te zien in het eindigen van de bestrating. Er zijn geen hekken die aangeven dat de wijk nu overgaat in grasland, en er zijn ook geen borden te vinden die aangeven om wat voor gebied het eigenlijk gaat, of aan welke regels het betreden van het gebied gebonden is. Hierdoor dient het amsterdammertje als baken, als referentiepunt. Het verleent zowel cultuur als natuur betekenis.
Als het perspectief zich boven de grenswacht verheft om vanuit zijn standpunt de hele Twentestraat te kunnen bezien, wordt de functionaliteit van zijn aanwezigheid bevestigd. Er is binnen het woongebied namelijk een tweede overgang als abrupt te betitelen. Net zoals de overgang tussen het woongebied en het haven-/natuurgebied, is er een vrij plotselinge overgang binnen het woongebied, de grens tussen flat nummer 107 en huizenblok (vanaf nummer 109). Na enkele flats bestaat het woongebied alleen nog uit kleine woningen met tuin. De betonnen muur van het laatste flatgebouw vormt een plotse overgang naar het huizenblok. De Twenteflats hebben geen voortuin, enkel een troittoir dat de bezoeker langs haven en wijk brengt. Aan de bewoners van de straat zou een voorkeur voor natuur kunnen worden toegedicht. Een keus voor een woning aan de rand van de stad, in het onderhandelingsgebied tussen overheersing over en onderwerping van de mens aan zijn omgeving, kan duiden op de wens aan die stad te ontsnappen. Een bewoner kan zo desgewenst de grens overschrijden, het paaltje passeren en daarmee stedelijke lasten en zorgen bij het paaltje achterlaten. Om vervolgens binnen enkele stappen ook weer de oversteek naar eigen huis en haard te kunnen maken.
En dat terwijl een achteloze bezoeker het object nog als misplaatst zou kunnen betitelen.

 Sanne Carrière
31-03-2005

reageer op deze tekst
meer weten over semiotiek?


 
 Daan Rutten
over de Blazoenstraat
over de St Josephstraat

 Mike van der Stap
over de Oisterwijksebaan
over de Wethouder Kerstensstraat

 Sanne Carrière
over de Betuwestraat

 Willemijn van Geldrop
over de Hoek Hoogvensestraat-Lancierstraat
over de Hoek Lourdesstraat-Hoevenseweg