‘De ijzeren draak versus het rode gevaarte’
aanpak/methode 2006

Een onderzeeër. Grote ronde ramen, die niets verraden over wat zich achter de deuren van dit gevaarte afspeelt. De rode tegels die de onderzeeër bekleden, doen denken aan een binnenstebuitengekeerde badkamer. Uit de zee van oude opslaghallen is deze onderzeeër tevoorschijn gekomen.

 
Eenmaal boven water dringt de felle kleur zich onverbiddelijk op aan de omgeving. Geen mens kan eraan ontsnappen, en een oude, in verval geraakte fabriek al helemaal niet. Deze wordt verstoten door het rode gevaarte, dat een façade opwerpt en de geschiedenis van haar territorium probeert te verbergen. De onderzeeër zelf is echter niet zonder schade uit de strijd tevoorschijn gekomen. Aan de zijkant begeven de rode tegels het na een paar meter al onder de druk van de ijzeren opslaghallen. De ijzeren draak heeft de onderzeeër in een dodelijke greep, evenals de rest van de boulevard. Op Koopboulevard Leyparc woedt een territoriale machtsstrijd tussen de historische fabriek enerzijds en de moderne winkels anderzijds.

Wanneer je met de auto, vanaf de ringbaan, richting Koopboulevard Leyparc rijdt, zie je wat op het eerste gezicht een typische koopboulevard lijkt. Allerlei bouwmarkten met onderscheiden voorgevels en vooral veel parkeerplaatsen met daaromheen wat verspreide hegjes en bomen. Het welkomstbord van de koopboulevard is slecht onderhouden. Op het bord staat het symbool van de koopboulevard: een straat met winkels aan beide kanten, met de ingangen naar elkaar toe gericht. Koopboulevard Leyparc ondergraaft echter direct de betekenis van haar eigen voorstelling: de winkels liggen in gelid, naast en achter elkaar in twee parallelle straten gericht op Ringbaan Zuid. De boulevard kent geen binnenruimte. Er is sprake van een eerste rang en een tweede rang. De eerste rang is vrijstaand en toont onbeschaamd zijn achterzijde aan de tweede rang die grotendeels opgeslokt wordt door de oude fabriek. De ijzeren draak houdt de winkels van het laatste cordon in een dodelijke greep. Met schreeuwerige reclames en felle borden vechten ze zich een weg naar buiten, om hun klanten toch te bereiken. Is het ironie dat de enige winkel die niet wanhopig probeert om los te komen van de ijzeren draak het meest aantrekkelijk uit dit drama te voorschijn komt? Pure Wood, gescheiden van de buitenwereld door een enkele glasplaat, haar identiteit tentoonspreidend met slechts enkele woorden verleent iets van warmte aan onze ijzeren draak. De winkel ontsnapt aan de chaos door zich te onttrekken aan de strijd. Zij is de eerste bondgenoot van de oude fabriek.

De koopboulevard veroorzaakt met het logo op het welkomsbord verwarring over zijn identiteit. Er zijn een aantal concreet aan te duiden tekens die deze identiteitscrisis bevestigen. Allereerst kan je achter de eerste rij winkels het bevoorradingsproces duidelijk waarnemen; iets wat doorgaans in een winkelparadijs verhuld wordt. Bovendien loop je linksachter op het terrein niet alleen tegen de oude textielfabriek aan, maar stap je ook bijna iemands achtertuin binnen. Een laag hekje en veel groen geven de klanten te kennen dat het tijd is om om te keren: we zijn in de dode hoek terecht gekomen. Aan de andere kant van de koopboulevard ligt een stoeptegel met de mededeling ‘eigen terrein’ in het plaveisel. Hier geen hekje, maar een onopvallende tegel die ons op onze schreden laat terugkeren.
Naast de zichtbare elementen die verwarring veroorzaken, zijn er ook dingen die je wel zou verwachten op deze koopboulevard, maar die afwezig zijn. Zo is er bijvoorbeeld op de hele boulevard geen prullenbak te bekennen, wat de verspreide rommel verklaart. Ook een broodjeszaak of andere eetgelegenheid ontbreekt. Er is wel een Brabantse gebakkraam aanwezig om dat gemis gedeeltelijk te compenseren, maar er is geen plek waar de ‘homo consumens’ kan zitten en lekker uit kan rusten. Dit gemis ondergraaft de betekenis van de slogan van de koopboulevard: ‘Da’s winkelen met plezier’. De koopboulevard lijkt niet aan het door haar geschapen verwachtingspatroon te kunnen voldoen.

Op de één of andere manier werkt de koopboulevard vervreemdend. De ijzeren draak, die oude textielfabriek vormt weliswaar de basis voor Koopboulevard Leyparc, maar doordat de winkels in het gebied zich wanhopig proberen los te rukken van deze geschiedenis, verkeert de moderne koopboulevard in een crisis. In plaats van hun omgeving te accepteren en hun identiteit ermee te verbinden, houden de winkels vast aan hun identiteit zoals die door de ‘moederwinkels’ (het zijn bijna allemaal ketenwinkels) wordt opgelegd. Een identiteit die normaal gesproken uitdrukking zou moeten geven aan de winkel als individu, maar die nu eenzelfde chaos in het hoofd van de voorbijganger veroorzaakt als een kind dat maar niet wil stoppen met huilen. De boosdoener is de ijzeren draak die telkens weer roet in het eten gooit, en de winkels steeds harder laat schreeuwen om aandacht. De pijnlijke realiteit dringt zich langzaam aan deze boulevard op: het paradijs van nieuwe aankoopjes kan niet ontsnappen aan het verleden. En de draak kan niet ontsnappen uit zijn nieuwe wereld. Beiden hebben zij hun wapens in de aanslag, drietand versus onderwaterraket. Maar niemand, met uitzondering van Pure Wood, is bereid een compromis te sluiten.

 Irene Habets
15-08-2006

reageer op deze tekst
meer weten over semiotiek?


 
 Bart Doreleyers
over de Koopboulevard Leyparc
over de AaBé-fabriek

 Irene Habets
over de historische tekens bij St Josephstraat 64a en omgeving

 Jacolette Kloppers
over de St Josephstraat

 Nathan de Groot
over de St Josephstraat 51
over de Hoevenseweg

 Tom van Nuenen
over de Prinsenhoeven 5 (dealer)
over de St Josephstraat / Oisterwijksebaan