‘De brug tussen stad en land’
aanpak/methode 2009

Wanneer je met de fiets vanuit de St. Josephstraat in Tilburg de Ringbaan Oost oversteekt, kom je op de Oisterwijksebaan. Dat deze straat zo heet is natuurlijk geen toeval en het ligt dan ook voor de hand dat het volgen van die weg er uiteindelijk toe leidt dat je in Oisterwijk terecht komt. Deze weg was vroeger misschien wel de enige weg naar Oisterwijk. Inmiddels zijn er allerlei nieuwe wegen bij gekomen en is deze weg nu niet meer toegankelijk voor auto’s en motoren. Een uitzondering wordt gemaakt voor bestemmingsverkeer.

 
Wat opvalt aan de bebouwing aan het begin van de Oisterwijksebaan is dat tussen de aaneengesloten rijen woonhuizen een voormalige boerderij staat. Dat dit een boerderij is geweest zie je aan de vorm en de grootte van het gebouw. Vergeleken met een woonhuis is de boerderij veel groter en breder. En waar de meeste woonhuizen een bovenverdieping hebben, lijkt deze hier te ontbreken. Het dak begint dan ook lager dan bij een normaal woonhuis. In tegenstelling tot de rijtjeshuizen in de straat, staat het gebouw vrij. Wat dan wel weer ontbreekt bij de boerderij is een erf. Aan de voorkant ligt slechts een smal tuintje, zoals bij de andere woonhuizen in de straat.
Het oorspronkelijke woongedeelte bevond zich aan de rechterkant van de boerderij. Dat zie je bijvoorbeeld aan de schoorsteen op het dak, maar ook aan de voordeur en de ramen die aan die kant van het gebouw zitten. Het valt op dat alleen aan het raam links van de voordeur nog blinden bevestigd zijn. Het linkerdeel van het gebouw is vroeger een stal geweest. Waar zich nu twee grote ramen bevinden, zaten in het verleden de staldeuren waardoor de boer zijn koeien naar binnen of naar buiten dreef. Je kunt ook zien dat de gebogen randen om de ramen heen doorlopen tot aan de grond. Aan de zijkant van de boerderij zitten allerlei ramen die oorspronkelijk ook in de boerderij hebben gezeten en die je bij normale woonhuizen niet ziet.
Het pand is in drie afzonderlijke eenheden verdeeld. Dat kun je afleiden uit de drie verschillende huisnummers. Aan de linkerkant bevindt zich nummer 158, aan de voorzijde nummer 160, en aan de rechterzijde nummer 162. Een bord voor het raam bij nummer 162 geeft aan dat er een architectenbureau gevestigd is. De drie afzonderlijke wooneenheden zien er allemaal erg verschillend uit. De bewoner links heeft zijn gedeelte netjes opgeknapt en afgewerkt. De bewoner aan de rechterzijde heeft het pand wat minder goed onderhouden, maar hij is toevallig bezig met het schuren van zijn kozijnen. Over het bord voor het raam vertelt hij dat hij voordat hij hier kwam wonen ergens anders op nummer 16 woonde. De ’2’ die hij er later bij heeft gezet, is net iets groter uitgevallen. En nu begrijp ik ook waarvoor de uitsparing in het bord diende, als brievenbus. Achter de boerderij zit een witte aanbouw. Ik vermoed dat deze niet van oorsprong bij de boerderij hoort, omdat ik zoiets niet eerder bij andere boerderijen heb gezien. Aan het bouwmateriaal te zien is ook de garage later gebouwd. Op de oprit staat een BMW.
Wanneer je vanaf de Oisterwijksebaan de Ringbaan Oost oversteekt en terug naar het centrum gaat, staat in de bocht bij de St. Josephstraat nog een oude boerderij. Ook deze boerderij is verzwolgen door de stad en heeft wat overeenkomsten met die aan de Oisterwijksebaan, maar is toch duidelijk anders. Allereerst valt op dat de boerderij gespiegeld is ten opzichte van de boerderij aan de Oisterwijksebaan, met links het woongedeelte en rechts de stal. Het gebouw lijkt meer oorspronkelijke elementen te hebben behouden. De ramen hebben een vakverdeling die je niet bij de boerderij aan de Oisterwijksebaan ziet. Verder zitten er blinden aan alle ramen en er is nog een staldeur aanwezig. De schoorsteen zit niet aan de buitenkant, maar midden op het dak. De boerderij is zo te zien niet verbouwd en niet opgedeeld. Blijkbaar wordt het maar door één huishouden bewoond. Het gebouw wekt de indruk van een ‘echte’ boerderij die nog als zodanig in gebruik zou kunnen zijn. Op het erf naast de boerderij staat een tractor en er is ook een deel van een schuur zichtbaar. Misschien woont hier een boer die buiten de stad nog een stuk land heeft.

Het ligt natuurlijk niet voor de hand om een boerderij in een woonwijk te bouwen en daaruit kun je concluderen dat de boerderij er eerder stond dan de woonhuizen. De boerderij is als het ware opgeslokt door de stad en is nu ook niet meer in gebruik als boerderij. Er is geen erf, en je ziet verder ook geen dieren of landbouwmaterialen om de boerderij heen. Wat die dieren betreft vraag ik me of het houden van huisdieren door de hedendaagse stadsbewoners een overblijfsel is van het boerenleven. Al is er natuurlijk wel een groot verschil. Waar de hond op de boerderij diende om te waken en de kat muizen ving, hebben deze viervoeters in de moderne stad veeleer een gezelschapsfunctie.
Wanneer je de Oisterwijksebaan verder afrijdt en bij de brug komt, zie je dat deze letterlijk een brug tussen stad en land vormt. Als ik daar sta, komt er toevallig net een tractor voorbijgereden. Als deze even verder stopt, ga ik er naartoe om aan de boer te vragen wat hij aan het doen is. Maar de bestuurder blijkt helemaal geen boer te zijn. De man is water uit het kanaal aan het pompen om een stuk opgespoten strand verderop nat te maken. Zo zie je maar dat de tractor dus niet alleen aan het boerenbedrijf voorbehouden is.
Na het oversteken van de brug kom je in een landelijk gebied. Meteen rechts ligt een volkstuinencomplex. Dat lijkt een typisch verschijnsel dat zich in de nabijheid van een stad voordoet. Stedelingen leven – soms zelfs letterlijk – bovenop elkaar en hebben nauwelijks ruimte voor een tuin. Dergelijke complexen bieden hiervoor een uitkomst. Verderop staat aan de linkerkant een verdwaald café, Zomerlust. Ondanks het mooie weer is het terras leeg en het café dicht. Even verder vind je een omheining met daarin verschillende dieren die je ook wel op boerderijen aantreft zoals hangbuikzwijnen, paarden, geiten, konijnen en kippen. Het ontgaat me wat hiervan de bedoeling is. Het doet denken aan een kinderboerderij, maar die vind je misschien eerder in de stad dan in het buitengebied. Bovendien is de bedoeling van een kinderboerderij dat de kinderen de dieren kunnen aaien, en hier is de toegang afgesloten.
Nog iets verderop staan twee boerderijen en rijd je tussen de akkers en de weilanden waar koeien staan. Deze twee boerderijen zien er ook weer anders uit dan die aan de Oisterwijksebaan en de St. Josephstraat. Bij de boerderij links zit geen stal aan het woonhuis. Beide boerderijen hebben een rieten dak dat tot vlak boven de ramen komt. Deze ramen zijn in kleinere vakjes verdeeld en hebben blinden. De erven voor en achter de boerderijen zijn niet helemaal verhard. Op de erven staan nog allerlei bijgebouwen en is zelfs nog een put.
Je zou kunnen denken dat deze boerderijen nog wel als zodanig in gebruik zijn. Uit de buitenkant valt in ieder geval niet af te leiden dat deze gebouwen voor iets anders gebruikt worden. Tenzij als woonhuis. Zij zien er ouder uit dan de andere twee boerderijen, al kun je aan de zijkant van de rechtse boerderij zien dat deze muur vernieuwd is. Op het erf staan geen auto´s, maar ook geen landbouwmaterialen en er zijn ook geen dieren, maar die staan misschien in een van de stallen. Toch lijkt me dat niet waarschijnlijk omdat ik geen vee kan horen of ruiken. Het is er eigenlijk vooral heel erg stil. In een van de schuren staan een paar caravans. Van mensen uit de stad, die in de zomer ergens buiten gaan kamperen.


 Sylvia Kox
24-07-2009

reageer op deze tekst
meer weten over semiotiek?


 
 Anja de Groote
over de Betuwestraat

 Eva Thomassen
over de Leenherenstraat

 Hugo Derene
over de Betuwestraat

 Kim Kabbedijk
over de Havendijk

 Lisa Ruskus
over de Twentestraat

 Natascha Tummers
over de Hoevenseweg

 Noor Hegeman
over de Caspar Houbenstraat

 Robert Proost
over de Sint Josephstraat

 Suleika Gommers
over de Hogendriesstraat