‘Pimp my huisnummerbordje’
aanpak/methode 2006

Gewoonweg inzoomen op een willekeurig huis kan voldoende zijn.

 
Een modelscheepje achter een raam, een poster, zelfs een kleur kan genoeg zijn om een impressie te krijgen van wat er achter de beschermende muren van een woning plaatsvindt. En indrukken kunnen misleidend zijn, sterker nog: dat zijn ze in veel gevallen ook. Hoe vaak is het u niet overkomen dat u een persoon leerde kennen, en op basis van schijnbare oppervlakkigheden als kleding of haardracht een overhaaste conclusie trok over zijn of haar karakter? Hoe vaak komen we niet in contact met details die we verkeerd interpreteren, omdat we simpelweg niet de tijd hebben, of willen nemen, om vragen te stellen bij onze eigen impressies?
Maar we hébben het lang niet altijd bij het verkeerde eind. Als impressies alleen maar misleidend zouden zijn, zouden ze dan überhaupt wel bestaan? Vaker zien we, juist in de details, kenmerken van een geheel. Betekenissen kunnen schuilen in werkelijk elk schijnbaar onbeduidend gegeven.
Zoals in, bijvoorbeeld, een huisnummerbordje. Jawel.

De Josephstraat, op een druilerige maandagmiddag. De schaarse wandelaars haasten zich naar een warm huis. Het merendeel van deze mensen op straat zal niet eens letten op de gevels van de huizen die ze passeren, laat staan dat ze letten op de huisnummerbordjes die eraan bevestigd zijn. Het zal niet opvallen dat verrassend veel huisnummerbordjes vervangen zijn door nieuwere gevallen, geheel op maat gemaakt en in een origineel jasje gestoken. Het is immers slechts een detail. Maar wát voor een. De bordjes zijn namelijk meer dan een nummeraanduiding: het zijn statements geworden. Wanneer mijn oog op dit detail valt, bespeur ik dat op bijna iedere gevel wel een apart huisnummerbordje pronkt. Diversiteit genoeg. Van elegante sierletters tot een heus motorrijderbordje. Ja, men is hier duidelijk gepimpt.

Wie nog steeds vraagtekens heeft bij wat voor representativiteitsfunctie zoiets als een simpel huisnummerbordje nou überhaupt kan hebben, wijs ik op het volgende voorbeeld. Over profilering gesproken. Het lijkt een open boek: Marcel en Petra willen de wind door hun haren voelen wapperen! Achternamen worden achterwege gelaten; misschien weet de hele buurt al wel over wie het gaat als deze twee namen in een gesprek genoemd worden (de motor zelf heb ik niet gezien, maar misschien heeft geluidsoverlast iets met hun bekendheid te maken). Grappig overigens dat de naam van Petra “voorop” de motor zit, een beeld dat niet bepaald strookt bij wat de meeste mensen (lees: mannen) verwachten: de man voorop, de vrouw angstig daarachter, zich vastklampend aan de kloeke borst van de bestuurder.

De rode draad hier is dat deze bordjes door hun eigenzinnige uiterlijk méér doen dan alleen een huisnummer presenteren. Ze stralen een huiselijke acte de présence uit: er wordt een uitspraak gedaan over de passie of smaak van de bewoners. Zij die hier dagelijks langslopen kán het uiteindelijk niet ontgaan wie er in de buurt modern uit de hoek wil komen, wie er van motors houdt, wie graag kabouters ziet, en wie nog steeds de tachtiger jaren in z’n bol heeft. Het is een niet al te dure, en toch grappige manier om je huisgevel wat op te vrolijken. En vrolijkheid is aanstekelijk: de diversiteit van de bordjes in de wijk vertelt namelijk ook het verhaal van het keeping up with the Jones’ gedrag: "als de buurman zo’n frisheid in de openbare ruimte tentoonspreidt, kunnen wij natuurlijk niet achterblijven."

Laten we de bordjes eens vergelijken met sommige andere huisgevel-fenomenen waarmee de bewoners hun identiteit kenbaar maken. Op het eerste gezicht lijken deze huisnummerplaatjes vooral een uiting van de nogal paradoxale levensbeschouwing van de bewoners. Het opgefleurde beeld van een gevel met zo’n leuk uitbundig gestileerd naamplaatje wordt grondig op zijn kop gezet door de aanblik van de verwaarloosde begroeiing (zijn het planten?) in de voortuin. Nee, men heeft geen tijd voor de flora, maar voor een gemodificeerd huisnummer worden kosten noch moeite gespaard. Maar deze tegenstrijdigheid is slechts een schijnbare. Huisnummerbordjes zijn ten slotte, meer dan planten, uitingen die letterlijk “van binnen naar buiten” gaan. Een voortuin -enkele Versailles-replica’s daargelaten- zegt doorgaans niet zoveel over de smaak van een bewoner als een motorrijderbordje. Waar sommige mensen een klein volkstuintje hebben aangelegd door wat straattegels te verwijderen, waardoor de “tuin” zich letterlijk middenin de openbare ruimte bevindt, is een huisnummerbordje een veel subtielere, meer persoonlijke uiting.
Maar deze subtiele roep om aandacht is natuurlijk slechts beperkt. Het is de dubbele maatstaaf in de kwestie van de zogenaamde “openheid”. Jazeker, men wil worden gezien. Als je het schrille contrast met de geblindeerde deuren en ramen niet meerekent. Deze geven namelijk te kennen dat de mensen het prima vinden om hun hobby of stijl aan de buurt mede te delen, maar toch liever de binnenglurende passanten het zicht op “wat er te halen valt” willen ontnemen.
En deze dubbelzinnigheid is te verklaren. Want we moeten beseffen dat, hoezeer we ons ook willen “uiten”, dat wat we willen laten zien aan onze omgeving is lang niet alles wat we zijn. We selecteren de dingen die we naar buiten willen brengen, en houden de dingen achter die niet iedereen hoeft te zien. De openheid die we zo graag zien bij anderen en de zogeheten “Brabantse gemoedelijkheid” zijn immers ook maar ideaalbeelden.

De op de muur geschilderde naamplaatjes gaven al aan dat de huisnummerbordjes in vroegere tijden ontbraken. Waarschijnlijk was het, decennia geleden, een gewoonte om nummers te schilderen in plaats van te plaatsen. Op de gevel geschilderde nummers waren goedkoper. Binnen de lijntjes schilderen schijnt overigens niet mee te vallen. Naast de bordjes zijn sommige schilderingen van een extra likje verf voorzien.
Maar de bewoners blijken bij het plaatsen van een nieuw bordje, dat de oude geschilderde tekens zou moeten vervangen, lang niet altijd in termen van “of – of” te denken. We zien ook dat het oorspronkelijke plaatje is blijven staan, en aangevuld is met een origineler geval. Prijswinnaars zijn de gevels met wel 3 bordjes.

Al met al zijn deze extravagante uitingen binnen de rest van het straatbeeld toch behoorlijk dubbelzinnig. Men is aan de ene kant zo eensgezind als een colonne mieren, zo blijkt uit de eendrachtig pronkende vlaggenstokken en “red de kerk” pamfletten. Maar dezelfde nummerbordjes, ho maar. En terecht: mensen willen niet slechts als nummer gezien worden. En we zijn in de samenleving vaak niet meer dan zo’n nummer. Hoe groter alles wordt, hoe onpersoonlijker. Zo bekeken zijn deze bordjes niet minder dan een logische respons.

Deze diversiteit lijkt hier echter soms compleet losgeslagen, en de conclusie is onvermijdelijk: hier, in deze schijnbaar kalme, rustieke volksbuurt, wordt een heuse originaliteitsoorlog uitgevochten. Alleen de ammunitieverkoop van de bordjes zélf ontbreekt nog.
Althans, totdat we enkele honderden meters verder lopen - dan dient de conclusie zich vanzelf op. Mensen willen gepimpte bordjes, en ziedaar: de dealer. De naam van dit bordjes-Walhalla is doe-het-zelf zaak “Hamers”, en zoals we kunnen zien pronkt de redder in nood hier met tal van exemplaren. Een jaren ’80 retro design, een chique handschrift... de keuze lijkt onbeperkt: gegarandeerd voor iedereen een lekker nummertje.
En het resultaat mag er wezen. De huisnummerbordjes voegen een persoonlijk tintje toe aan de homogeniteit van de huizen zelf. In een straat waar huizen zich niet onderscheiden door hun grootte of architectonische franje, is het mooi om te zien hoe men toch probeert om eenheidsworst te vermijden.
En na deze tocht luidt mijn oordeel: bel de kranten, of nog beter, MTV. Pimp my huisnummerbordje wordt een kijkcijferkanon.


 Tom van Nuenen
15-08-2006

reageer op deze tekst
meer weten over semiotiek?


 
 Bart Doreleyers
over de Koopboulevard Leyparc
over de AaBé-fabriek

 Irene Habets
over de historische tekens bij St Josephstraat 64a en omgeving
over de Koopboulevard Leyparc

 Jacolette Kloppers
over de St Josephstraat

 Nathan de Groot
over de St Josephstraat 51
over de Hoevenseweg

 Tom van Nuenen
over de St Josephstraat / Oisterwijksebaan